Missie/visie

Vrijeschool Castricum: Vrijspel voor de beleving

Onze visie is dat ieder kind zich in eigenheid kan ontwikkelen; dat het tijdens zijn of haar tijd bij ons op school vrijspel krijgt voor de beleving. Want als een vak beleefd wordt van je kruin tot aan je tenen, dan gaat het leven in je hart, in je hoofd en in je handen. Dan blijft het beleefde hangen en kan het daadwerkelijk geleerd worden. En op die manier wordt leren een feest vol beweging, muziek en buiten zijn: de drie speerpunten van Vrijeschool Castricum.

Worden wie je bent

“De vraag is niet wat de mens moet kunnen en weten teneinde zich in de bestaande sociale orde te kunnen invoegen, maar wel wat er in aanleg in de mens aanwezig is en in hem ontwikkeld kan worden. Pas dan kan de opgroeiende generatie de maatschappij steeds opnieuw met nieuwe krachten verrijken.” Rudolf Steiner

Daartoe is een evenwichtige ontwikkeling van hoofd, hart en handen, een ontwikkeling van de gehele mens, in het onderwijs essentieel. Het vrijeschool onderwijs is zo ingericht dat leerlingen zich kunnen ontwikkelen tot evenwichtige mensen: sociaal-emotioneel goed ontwikkeld en intellectueel bewust, maatschappelijk betrokken en innerlijk vrij. Er wordt naar antwoorden gezocht op de ontwikkelingsvragen van elk individueel kind én de klas als groep. Het onderwijs doet net zoveel beroep op het intellectuele vermogen van leerlingen, als op hun kunstzinnige, creatieve en sociale vermogen. Met andere woorden: de ontwikkeling van het hoofd (verstand) is even belangrijk als die van het hart (gevoel) en de handen (daad- en scheppingskracht). Kleuters en schoolkinderen hebben ieder hun eigen wereld waarin wij letterlijk en figuurlijk speelruimte bieden, kennis, vaardigheden en mogelijkheden aanreiken en het zoeken naar oplossingen nadrukkelijk stimuleren.

Visie

Het vrijeschoolonderwijs is geïnspireerd door de antroposofie en de onderwijskundige inzichten die binnen de vrijescholen in de laatste eeuw zijn ontwikkeld. We gaan er van uit dat de mens niet uitsluitend en volledig door zijn erfelijkheid (de genen) en de opvoeding wordt bepaald, maar dat elk mens ook iets unieks/eigens met zich meedraagt en tot ontwikkeling kan brengen. De mens is niet volledig gedetermineerd, maar kan een zekere vrijheid en verantwoordelijkheid voor zichzelf en de wereld ontwikkelen en dragen. Het onderwijs is er niet uitsluitend op gericht de mens te kwalificeren – voor te bereiden op het vervolgonderwijs en de werkzaamheden die hij/zij later moet uitoefenen. Daarnaast is ook socialisatie van belang. Dit betekent de kinderen begeleiden tot een volwaardig lid van onze samenleving; sociaal vaardig en bereid tot het dragen van maatschappelijke verantwoordelijkheid. Als laatste is ook de persoonsvorming van groot belang.

Aangezien we nooit tevoren weten welke kwaliteiten in elk individu leven, en tot wasdom kunnen komen, is het van groot belang alle leerlingen een breed palet aan vakken en werkvormen aan te bieden. Niet uitsluitend cognitieve inhouden (lezen en rekenen) maar ook kunst- en cultuur; beweging, zang, toneel, muziek, houtbewerken en in de tuin werken.

In de menselijke ontwikkeling zijn bepaalde leeftijds- en ontwikkelingsfasen te onderscheiden. Het aanbod van de lesstof en de wijze waarop het aangeboden wordt is afgestemd op de ontwikkelingsmogelijkheden binnen die leeftijdsfasen en richt zich altijd op de drie genoemde domeinen.