Speerpunten Vrijeschool Castricum

Vrijeschool Castricum zal vrijeschoolonderwijs aanbieden zoals het overal ter wereld gebeurd. Wat dit inhoudt kan nagelezen worden op de pagina ‘Vrijeschool’ op deze website. Toch zullen we geen school worden als alle anderen. De school is voortgekomen uit een ouderinitiatief en de ouders willen de school een aantal speerpunten meegeven die zij belangrijk achten voor het onderwijs van hun kind. Daarnaast zal Vrijeschool Castricum een ‘jonge’ school zijn, die nog helemaal vormgegeven moet worden door de leerlingen, docenten en de ouders die de komende jaren naar deze school zullen komen. En wat meespeelt is dat het een school is die zich in Castricum bevindt; we vinden het belangrijk om met ons onderwijs aan te sluiten bij datgene wat leeft onder de bewoners van Noord-Kennemerland. De situering van de school in Castricum sluit gelijk aan bij speerpunt nummer een: omdat we zo dicht bij de duinen, het bos en het strand zijn, willen we dit integreren in het onderwijs door middel van:

1. Buitenonderwijs

Het vrijeschoolonderwijs hecht veel waarde aan de wijsheid van de natuur en de dynamiek van de seizoenen. De seizoensgebonden jaarfeesten zorgen voor een besef van het jaarverloop en verbondenheid met de natuur. De unieke ligging nabij bos, duin en zee van vrijeschool Castricum nodigt uit om naar buiten te gaan. Tijdens het buiten zijn ervaren de kinderen de seizoenen, weersinvloeden, volgen ze de ontwikkelingen in de natuur en beleven ze wat er in de duinen, maar ook in het dorp allemaal aan biodiversiteit te zien, te horen en te proeven is.

Concreet betekent dit dat de kleuters vaste buitendagen hebben, waarbij ze onder (bijna) alle weersomstandigheden in de natuur zijn. Ook de klassen 1 t/m 6 zullen een vaste buitendag hebben en voor verschillende lessen en feesten geregeld buiten, in het duin te vinden zijn. Want letters kun je ook prima schrijven in het zand en rekenen kan met kastanjes of eikels die eerst zelf gevonden zijn. Ook in het dorp zelf valt er genoeg natuur te beleven. Leerkrachten gebruiken de natuur van buiten om binnen in het klaslokaal de seizoenen zichtbaar te maken. Tijdens de heemkundeperiodes vanaf klas 1 maakt de natuur nadrukkelijk onderdeel uit van het lesprogramma. De natuur biedt verder materialen die binnen de school dienstbaar zijn in allerlei spel- en leermomenten. Er wordt aandacht besteed aan het principe van de natuurlijke kringloop, waardoor leerlingen zich bewust worden van het feit dat we allen onderdeel zijn van een groot geheel. Juist in de huidige samenleving is dit een punt waar we extra aandacht aan besteden, omdat dit niet logischerwijze zichtbaar is in een omgeving waar alleen de mens de maat der dingen lijkt.

De wens en het streven is, dat de school voor en met de leerlingen een schooltuin creëert. Hierin kunnen leerlingen zaaien en oogsten, zich verheugen, geduld kweken, verzorgen, beschouwen, samenwerken, wroeten en spitten, ontdekken, teleurgesteld en verrast worden door wat de natuur hen biedt.

2. Beweging

Het ontwikkelen van de lichaamsgebonden zintuigen als een stabiel fundament, vormt een voorwaarde om goed te kunnen leren. In de kleuterklas gebeurt dat volop door het vormgegeven vrije spel. In de onderbouw wordt dit proces voortgezet door middel van veel beweging tijdens de lessen. Uit steeds meer onderzoek blijkt dat ontwikkelings- en leerstoornissen ontstaan doordat kinderen te weinig zinvol bewegen. In het vrijeschool onderwijs zit de koppeling tussen bewegen en leren sowieso.  Maar wij zouden dit graag nog meer uitgewerkt zien.

Om veel bewegen in de praktijk mogelijk te maken, is een grote vrije ruimte nodig. Kinderen zitten daarom niet langer op stoeltjes achter tafels, maar krijgen een eigen zitkussen en delen een houten bank. Met deze banken zijn verschillende opstellingen te maken. De dag start met een parcours van hindernissen waarin de evenwichtszin en de tastzin worden gestimuleerd. In dit parcours oefenen de kinderen samenwerken en gericht bewegen.

Vervolgens bepaalt de vorm en inhoud van de les de opstelling van het klaslokaal, een kring, een rij-opstelling of een groepsopstelling (zonne-opstelling). Bij alle drie de werkvormen blijven de kinderen de leerkracht van top tot teen zien. Meestal komen alle varianten voor in één periodeochtend waardoor de kinderen nooit lang in dezelfde houding zitten.

Een bewegende klas maakt een vierkante klas rond; iedereen zit vooraan en kan elkaar zien en ervaren. Dit versterkt het groepsgevoel. De kinderen kijken niet alleen naar de leerkracht, maar ook naar de andere kinderen. De Bewegende Klas stimuleert bovendien de creativiteit van de leerkracht in het gebruik van nieuwe werkvormen.

Tevens vergemakkelijkt het de overgang van de kleuterklas, waar vrij bewegen en spelen de norm is, naar de eerste schoolklas waar kinderen ‘ineens’ veel meer zitten,

3. Muziekonderwijs

Muziek kan de  wereld veranderen, omdat het mensen kan veranderen. Muziek maakt slim en gelukkig en het is in staat mensen te verbinden. Het geeft betekenis aan een behoefte diep in ons hart. Vrijeschool Castricum wil dat ieder kind dit langdurig kan ervaren. Hiervoor hebben we muziek als een extra speerpunt opgenomen in ons schoolbeleid. Naast het dagelijks zingen en fluiten in de klassen, willen we kinderen de mogelijkheid geven nog meer muziek te ontdekken. Zo zal er komend jaar gebruik worden gemaakt van muziekstokken, klankschalen en blijven de hoogste klassen viool spelen. Daarnaast willen we graag dat kinderen in de hoogste klassen verschillende instrumenten gaan bespelen. Hoe dat precies vorm zal krijgen, wordt komend jaar in de studiedagen uitgewerkt.